![]() |
Dalbo-hond |
|
Hij wordt niet erkend door de F.C.I. |
Land van oorsprong |
Zweden | |
Vertaling |
Francis Vandersteen | |
En français, cette race se dit |
![]() |
Chien de Dalbo |
In English, this breed is said |
![]() |
Dalbo Dog |
Auf Deutsch, heißt diese Rasse |
![]() |
Dalbo-Hund |
En español, esta raza se dice |
![]() |
Perro Dalbo |
Dit ras staat ook wel bekend als |
Dalbohund
|
|
IJslandse saga's suggereren dat de Vikingen grote honden – gebruikt voor het hoeden van vee, bescherming of oorlogsvoering – verkregen tijdens hun invasies van Groot-Brittannië. In de *Njáls saga* krijgt de Viking Gunnar van Hlidarendi een grote Ierse wolfshond cadeau. De *Saga van Olaf Tryggvason* (in de *Heimskringla*) maakt melding van de hond van de koning; dit dier lijkt een zeer grote herdershond te zijn geweest. In Hindås (Zweden) is een grote, bruine huid van een Dalbo-hond bewaard gebleven; deze vertoont duidelijk kenmerken die typisch zijn voor veebewakende honden. Er zijn enkele foto's en schilderijen waarop dit ras mogelijk is afgebeeld. Een opgezette hond in het Natuurhistorisch Museum van Stockholm, waarvan men ooit dacht dat het een Dalbo-hond was, bleek een Engelse Mastiff te zijn. De eerste schriftelijke vermelding van het ras is te vinden in het werk *Dalia* van Gunno Brynolphi Blutherus (1609–1657), gepubliceerd in 1632. De naam van het ras duikt opnieuw op in 1843, toen Axel Emanuel Holmberg (1817–1861) zijn boek *Bohusläns Historia och Beskrifning* (Geschiedenis en beschrijving van Bohuslän) publiceerde. De mondelinge overlevering over dit ras gaat terug tot ongeveer het jaar 1700. Overgeleverde verhalen beschrijven een legendarische, reusachtige hond die in staat was wolven te doden, de confrontatie aan te gaan met rondzwervende bruine beren en jonge kinderen te beschermen die verdwaald waren in de diepe Zweedse bossen. Ook wordt gezegd dat Dalbo-honden tot de dood toe vochten om mensen te redden van wolvenroedels. In 1833 noteerde een lokale priester in zijn dagboek dat zijn Dalbo-hond "de beet van een krokodil" had. De Dalbo-hond was een groot, massief dier met een lange, dikke vacht. Reuen bereikten naar verluidt een schofthoogte van 80 cm. Hun vacht was bruin of donker van kleur, al vertoonden sommige exemplaren grote witte vlekken die deden denken aan de sint-bernard. Sommigen beweren dat de Dalbo-hond sterk leek op een nog bestaand Portugees ras: de *Cão da Serra da Estrela*. Anderen zijn van mening dat het ras nauwer verwant was aan moderne rassen zoals de Leonberger, de Hovawart of de Engelse Mastiff. De Dalbo-hond stond bekend om zijn moed en onbevreesdheid. Deze hond werd voornamelijk ingezet om vrijlopend vee – waaronder runderen, schapen, paarden en geiten – te beschermen tegen wolven, bruine beren en veedieven. Daarnaast werd het ras gebruikt voor het hoeden, bewaken en beschermen van vee en terrein. Het ras stierf rond 1870 uit; bij een inventarisatie in 1913 werden geen exemplaren meer aangetroffen. Hoewel het ras nooit wijdverspreid was in Zweden, kwam het voor in de Zweedse provincies Västergötland, Bohuslän, Dalsland en Värmland, evenals in de Noorse provincie Østfold. Het verdwijnen van de Dalbo-hond houdt verband met het vrijwel volledig uitroeien van wolven en beren in Scandinavië tegen 1890. In die tijd werd het houden van grote honden die geen duidelijk doel meer dienden, als te kostbaar beschouwd. Een verwoestende hondsdolheid-epidemie in 1854 heeft mogelijk bijgedragen aan de achteruitgang van het ras. Ook de grote Zweedse hongersnood van 1867–1868 kan een rol hebben gespeeld. |









Nederlands (nl-NL)
Reacties / Beoordelingen